Lesobservaties: 3 tips vanuit de sport
0

Lesobservaties: 3 tips vanuit de sport

Het HIT-event komt eraan en dit jaar staat het thema sport centraal. Wat kunnen we nu leren van de (top)sport? Voor mij (Jet) een thema om van te dromen! Sport én onderwijs: twee grote passies van mij en wat kunnen we veel van elkaar leren!

Vanuit mijn sportachtergrond (ALO) kijk ik soms ‘anders’ naar lessen. Heerlijk als ik weer naar een opleiding mag om lessen te observeren om zo met de docent te kijken naar wat er goed gaat en waar de quick wins liggen, uiteindelijk gaat het om het primaire proces: de lessen!

Een uitstap naar de sport. Een coach die vooral of alleen maar zegt wat je moet doen; daar leer je goed van uitvoeren. Maar elke spelsituatie is anders. Je wilt je spelers dus ook leren om de juiste keuze te maken in het veld en genoeg tools meegeven om dit ook te kúnnen. We hebben het dan over techniek, tactiek, omgaan met tegenslagen etc. Als jouw tegenstander jouw passeerbeweging door heeft om een man uit te spelen dan zal je een andere strategie uit moeten proberen. Zo ook in onderwijs. Je wilt studenten ook meerdere aanpakken laten leren en vooral zelf na te laten denken en niet maar één of twee spelers van je team.

Terug naar de lessen én het lesbezoek.

Ik sta te juichen tijdens de observaties als ik zie wat voor mooie vragen er gesteld worden. Helaas zijn er maar 3 studenten die hier (zichtbaar) over nadenken. Ik zie een aantal studenten wegkijken, een paar studenten kijken op hun telefoon en een aantal studenten kijken in de richting van de docent. Ik ben benieuwd wie nu nadenkt over deze mooie vraag. Een aantal tips om de kans te vergroten dat meerdere studenten erover nadenken, oftewel om de individuele aanspreekbaarheid te verhogen.

Ik geef voorbeelden vanuit de metafoor van de sportwedstrijd met voorbespreking, training, wedstrijd, extra tijd en de nabespreking.

In de bespreking

  1. Stel twee vragen op (voorkennis activeren of juist twee vragen waar je vandaag mee aan de slag wilt).
  2. Geef de studenten (bijv. 3 min) de tijd om voor ZICHZELF antwoord te geven op deze twee vragen, deze antwoorden schrijven ze op en ze werken in STILTE.
  3. Na 3 minuten (of als de studenten klaar zijn) laat je de studenten de antwoorden met elkaar uitwisselen (in groepjes).
  4. Plenair kun je kort de tweetallen (de groepjes) langsgaan en inventariseren wat ze al weten of welke aanpakken ze gebruikt hebben om tot een antwoord te komen. Vervolgens kun je nog vragen naar wat een waardevolle aanvulling van hun mede student was.

Tactische training

  1. Je werkt in teams van drie of vier.
  2. Elk team krijgt dezelfde vraag/opdracht/thema.
  3. Iedereen gaat individueel op zoek naar een antwoord/oplossing.
  4. Vervolgens vergelijken ze hun antwoord/oplossing met elkaar.
  5. Ze gaan elkaar bevragen op aanpak (tactiek). Hoe ben jij begonnen, waar heb jij informatie gezocht, hoe ben je hierachter gekomen, waar liep jij vast etc.?
  6. Ze gaan nu met elkaar bespreken welke aanpakken er mogelijk zijn om tot dit antwoord/oplossing te komen.
  7. Vervolgens laat je ze per team bepalen welke aanpak ze aan de andere teams willen laten zien.

De wedstrijd

  1. Inventariseer welke vragen er leven (iedereen schrijft één vraag op). Verdeel de 5 belangrijkste vragen over de teams OF je geeft als docent zelf elk team 1 opdracht mee.
  2. Maak teams van vier en geef elke student een rol: critical friend (blijft kritische vragen stellen), tijdbewaker, captain (bewaakt het proces), uitvoerder (notuleert).
  3. Geef aan hoeveel tijd ze voor de opdracht hebben.
  4. Laat ze de uitkomsten in 1 minuut pitchen, voorwaarde: iedereen moet de pitch kunnen geven, de docent wijst iemand aan.
  5. Geef feedback (student aan student en/of docent op proces en inhoud).

Extra tijd

Vaak zie ik dat docenten, als er een vraag gesteld wordt aan een student en hij of zij weet het antwoord niet, geneigd zijn om zelf antwoord te geven of dat gelijk een andere student vragen om het antwoord. Hierbij twee tips:

  1. Geef de student echt de tijd om op een antwoord te komen. Voor een goede vraag heb je denktijd nodig (er is niets mis met stiltes en de student kort negeren kan heel effectief zijn).
  2. Als een student iets niet weet vraag dan naar wat hij of zij wel weet. Je kunt een student helpen door een opstap-vraag te geven zodat hij of zij toch tot een volgende stap kan komen. Als we snel doorgaan naar een andere student of net te weinig tijd geven kan een student een laag competentiegevoel ervaren.

 

Wedstrijd analyse

Om een les af te sluiten en het leren inzichtelijk te maken is het van belang om terug te blikken op de lesdoelen.

    1. Leg stiften klaar of doe dit digitaal.
    2. Hang drie flappen op in het lokaal en leg stiften klaar. Of doe dit digitaal?
    3. Simuleer het volgende: “Karin is vandaag ziek en we willen graag delen met haar wat we geleerd hebben vandaag.
      Je krijgt drie minuten de tijd voor de volgende vragen:
      – Wat was voor jou het meest waardevolle van deze les?
      – Als je aan Karin in één zin moet vertellen wat de kern van deze les was, hoe ziet die zin er dan uit?
      – Als je nog één vraag mag stellen over dit onderwerp, wat zou deze vraag dan zijn?
    4. Schrijf de antwoorden op de verschillende flappen (a= flap 1, b=flap 2, c= flap 3).
    5. Je kunt dan bekijken wat voor de studenten belangrijk was in deze les (kan ook over het proces gaan) en welke kern zij eruit halen. Je kunt ook kijken naar de verschillen en overeenkomsten. Vraag c is vooral gericht op het vervolg, bijvoorbeeld de volgende les.

Tip: ga met de groep staan en loop van flap A naar B en van B naar C, zo zijn we in beweging en dat stimuleert ons brein.

 

Tot zover tips & tricks vanuit de kleedkamer! Tot de volgende keer!

 

Ander nieuws uit de kleedkamer